Aansprakelijk voor het gehoorverlies van werknemer

Public

De werkgever heeft een zorgplicht op grond van art. 7:658 Burgerlijk Wetboek. Indien de werkgever deze zorgplicht schendt, kan hij aansprakelijk gesteld worden voor de geleden schade. Wel moet er dan bewezen worden dat de schade door de werkzaamheden is ontstaan, en dat de werkgever tekort is geschoten in het nemen van veiligheidsmaatregelen. Hoe ver deze zorgplicht precies reikt, wordt veelal ingevuld door de rechtspraak.

In een recente uitspraak van de rechtbank Den Haag ging het om het volgende. Een werkneemster werkte al meer dan twintig jaar, van 1986 tot 2010 om precies te zijn, bij Bakkersland. In 2000 meldt zij zich voor het eerst bij de huisarts met klachten over oorsuizen. Verder heeft zij last van hoofdpijn, stress en duizeligheid. Zij gaat dat jaar drie keer naar de huisarts met soortgelijke klachten. Ook in 2005 meldt zij zich weer met dezelfde aandoening en wordt doorverwezen naar een KNO arts. Deze constateert gehoorverlies die zowel het gevolg kan zijn van erfelijke belasting als van het werken in een lawaaierige omgeving. Een andere KNO arts ziet in 2007 op een audiogram dat er inderdaad verband is tussen de klachten en de blootstelling aan lawaai. Lawaai is er namelijk veel in de bakkerij en tot 2006 droeg niemand gehoorbescherming. Na 2007 gaat het bergafwaarts met de werkneemster. Vanaf 2008 meldt zij zich ziek en vanaf 2010 ontvangt zij een WIA op grond van volledige arbeidsongeschiktheid. Bakkerland beëindigt de arbeidsovereenkomst vlak daarna, met toestemming van het UWV.

In 2011 start Bureau Beroepsziekten een onderzoek naar het causale verband tussen de gehoorschade van werkneemster en de arbeidsomstandigheden in de bakkerij. Uit deze risico inventarisatie komt inderdaad naar voren dat er sprake is van een evidente blootstelling aan lawaai  tijdens de werkzaamheden waardoor de werkneemster (ernstige) gehoorbeschadiging heeft opgelopen. Zij concluderen dan ook dat er in het onderhavige geval sprake is van een beroepsziekte. Na dit bericht stelt de werkneemster in 2012 de bakkerij aansprakelijk wegens een schending van de zorgverplichting.

De vraag die hier nu aan de orde is, is of de werkneemster inderdaad tijdens het werk is blootgesteld aan geluidsnormen die het toegestane maximum overschrijden en of Bakkersland genoeg maatregelen heeft genomen om schade te beperken. Vaststaat dat de werkneemster tijdens de hele dienst werd blootgesteld aan meerdere lawaaibronnen. Zo zijn er verschillende snij- en inpakmachines, een lopende band, een vriestoren en een alarm wat regelmatig afgaat binnen de bakkerij. Bovendien blijkt uit een RI&E van jaren eerder (2001) dat de geluidsnormen overschreden werden. Ook komt er nog een ander rapport uit 1998 boven water. Hierin wordt vermeld dat het geluidsniveau binnen de bakkerij als schadelijk wordt geacht en dat de werkgever daarom verplicht is gehoorbescherming aan te bieden. Werkgever heeft echter nagelaten tot aan 2006. Acht jaar later pas.

Al met al is het in deze zaak niet echt verassend dat de kantonrechter concludeert dat de werkgever inderdaad haar zorgplicht heeft geschonden. Werkneemster krijgt 20.000 euro als een voorschot op een nog nader te bepalen schadevergoeding toegewezen.

Rechtbank Den Haag, 3 februari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:921