Ontslag op staande voet door weigering loodkeuring

Public

In hoger beroep heeft het hof in den Bosch het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd dat de werkgever van een werknemer die op grond van persoonlijke redenen een door de opdrachtgever van zijn werkgever verplichte loodkeuring weigert, gerechtigd was de werknemer op staande voet te ontslaan.

In deze zaak betreft het een werknemer die in dienst was als brandweerman bij het destijds GFS geheten bedrijf. Hij voerde in dienst van GFS werkzaamheden uit bij de opdrachtgever BP. BP heeft contractueel vastgelegd dat het personeel van de opdrachtnemer dat tewerk wordt gesteld bij terminals waar loodhoudende benzine of andere materialen is opgeslagen, zowel een nulmeting als een eindmeting en indien nodig tussentijdse monitoring op loodblootstelling moet ondergaan. De loodkeuring bestaat uit een bloed- en urinetest. De loodkeuringen worden door BP ingezet om mogelijke gezondheidsrisico’s tijdig in beeld te krijgen, zodat maatregelen genomen kunnen worden. Ze leveren de opdrachtgever uiteraard ook bescherming op in het kader van eventuele aansprakelijkheidsclaims. De arbeidsomstandighedenregeling verplicht de werkgever uitsluitend om periodieke bepaling van het loodgehalte in het bloed aan werknemers aan te bieden. Dit laat onverlet dat de opdrachtgever de contractant op kan leggen dergelijke testen af te nemen bij de werknemers die deze inzet bij de opdrachtgever.

In het keuringsrapport bij indiensttreding als brandweerman is opgetekend dat het bloedonderzoek op verzoek van de brandweerman niet is verricht. BP heeft de verantwoordelijkheid voor de keuringen bij de contractor (GFS) gelegd. GFS heeft met de werknemer gesproken over het moeten ondergaan van de loodkeuring. De werknemer heeft vervolgens de loodkeuring geweigerd om principiële redenen. GFS vat dit op als een werkweigering. Daarop is de werknemer van het bedrijfsterrein verwijderd en heeft GFS de werknemer op non-actief gesteld. De dag hierop is de werknemer door zijn partner ziek gemeld. De volgende dag heeft GFS de werknemer schriftelijk laten weten op grond van welke regels hij op non-actief is gesteld en heeft hem voor een persoonlijk onderhoud uitgenodigd op de daarop volgende dag. GFS heeft in deze brief tevens laten weten de ziekmelding te weigeren. Bij de ziekmelding is door de partner aangegeven dat de werknemer niet zal verschijnen voor het afgesproken persoonlijk onderhoud. De brief besluit met de mededeling dat de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang is beëindigd.

De werknemer gaat hiertegen in beroep, hij vordert nietigverklaring van het ontslag en betaling van de loonderving en bijkomende kosten. De kantonrechter oordeelt echter dat er feitelijk sprake is van werkweigering en dat GFS in zijn recht stond om het dienstverband met onmiddellijke ingang te beëindigen.

In het hoger beroep is vast komen te staan dat de werkgever (GFS) de werknemer voldoende duidelijk heeft gemaakt dat het niet voldoen aan de loodkeuring tot gevolg heeft dat hij zijn werkzaamheden bij BP niet kan uitvoeren. Op zich is er in dat geval geen sprake van ontslag door ‘werkweigering’ maar dat het niet voldoen aan de loodkeuring voor GFS een werkweigering inhoudt. Het hof in hoger beroep deelt niet de mening van de werknemer dat hij slechts op non-actief is gesteld en dat hij niet is gewaarschuwd dat het volhouden aan zijn weigering de bloedtest te ondergaan het risico van ontslag op staande voet oplevert.  Het niet verschijnen op de afspraak voor het persoonlijk onderhoud levert op zichzelf niet de ontslaggrond, maar is een bijkomend aspect.

Het hof gaat evenmin mee in het verweer van de werknemer dat een loodmeting ook betrouwbaar kan plaatsvinden door te volstaan met een urinetest. Naar de mening van het hof is de juistheid van deze bewering in de zaak niet van belang, aangezien de GFS contractueel gehouden is werknemers in te zetten die voldoen aan de afspraken rond de loodkeuring zoals door BP en GFS zijn vastgelegd en waarvan de werknemer op de hoogte was.

Het hof te ‘s-Hertogenbosch heeft in hoger beroep op 10 juni 2014 uitgesproken dat het ontslag op staande voet rechtmatig was en dat GFS niet aansprakelijk is voor materiele en immateriële schade aan de zijde van de werknemer ten gevolge van het ontslag.

Bijzonderheden
In deze zaak is niet van belang of de eisen aan werknemers op het gebeid van loodkeuringen zinvol of proportioneel zijn. Ook is het niet de vraag of op andere wijze aan het gezondheidskundig toezicht van werknemers op grond van de arbeidsomstandighedenregelgeving kan worden voldaan. De kern van de zaak is dat de werkgever van de werknemer er contractueel aan gehouden is om bij de opdrachtgever alleen werknemers in te zetten die aan de eisen voor loodkeuringen voldoen.  Dat gecombineerd met het gegeven dat de werknemer daarvan op de hoogte was en het feit dat hij zich niet bereid stelde op de uitnodiging tot een persoonlijk onderhoud in te gaan, levert de werkweigering op die een rechtmatige grondslag vormt voor het ontslag op staande voet.

Bron: rechtspraak.nl - ECLI:NL:GHSHE:2014:1718