Werkgever aansprakelijk, ondanks juiste instructie

PrintPrint

Een werkgever heeft een zorgplicht ten opzichte van zijn werknemers. Dit houdt bijvoorbeeld in dat hij moet zorgen voor een veilige werkplek. Indien de werkgever de zorgplicht schendt, kan hij aansprakelijk gesteld worden voor de geleden schade als er een ongeluk plaatsvindt. Wel moet er dan bewezen worden dat de schade door de werkzaamheden is ontstaan en dat de werkgever tekort is geschoten in het nemen van veiligheidsmaatregelen. Dat er van een werkgever veel gevraagd wordt als het om de zorgplicht gaat, toont een recente uitspraak (opnieuw) aan.

Internationaal transport
In deze zaak ging het om het volgende. De werknemer is door uitzendbureau BTS aan een transportbedrijf uitgeleend als chauffeur met als taak het transporteren van tuinmachines naar het bedrijf Boyal in Spanje. Bij het lossen van de tuinmachines in Spanje is de werknemer in de aanhanger van de vrachtwagen gaan staan. Vervolgens is hij met zijn voet klem komen te zitten onder één van de lepels van de bij het lossen gebruikte heftruck. Als gevolg hiervan moest de top van de grote teen van zijn linkervoet geamputeerd worden. De werknemer heeft BTS en het transportbedrijf aansprakelijk gesteld voor zijn schade.

Juiste instructie
Zowel de Kantonrechter als het Gerechtshof Arnhem wijzen de vordering van de werknemer af. Het was namelijk zo dat een leidinggevende van Boyal uitdrukkelijk tegen de werknemer had gezegd dat hij niet mocht lossen. Dit was ook voorafgaand aan de rit naar Spanje tegen hem gezegd door een werknemer van het transportbedrijf. Zowel de Kantonrechter als het hof Arnhem nemen aan dat het kennelijk gebruikelijk is dat bij een internationaal transport de verantwoordelijkheid voor het lossen bij de opdrachtgever ligt. Doordat de werknemer heeft gehandeld in strijd met de uitdrukkelijke instructie niet te helpen, heeft het transportbedrijf niet tekortgeschoten in zijn zorgplicht en is het niet aansprakelijk.  

Hoge Raad
In cassatie oordeelt De Hoge Raad echter anders. Hoewel de werknemer was geïnstrueerd om de lading niet zelf te lossen, doet dat niet af aan de zorgplicht van het transportbedrijf om veiligheidsmaatregelen te treffen. De Hoge Raad overweegt dat het voor een chauffeur niet altijd goed te bepalen zal zijn wanneer iets moet worden gerekend tot het lossen van de
lading en wanneer niet. Het hoefde voor de werknemer niet duidelijk te zijn dat het losmaken van het zeildoek van de vrachtwagen, omdat het dreigde te worden beschadigd, als ‘lossen’ kan worden aangemerkt. Bovendien moet het transportbedrijf er rekening mee houden dat werknemers wel eens onvoorzichtig zijn, zelfs als ze instructies hebben gekregen, zo stelt de Hoge Raad. Vervolgens vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof Arnhem en verwijst hem door naar het hof ’s-Hertogenbosch om opnieuw te 
worden behandeld. 

Terug bij het Gerechtshof
Het hof ’s-Hertogenbosch overweegt dat voldoende kan worden vastgesteld hoe het ongeval heeft plaatsgevonden, namelijk dat de werknemer in de aanhanger van de vrachtwagen is gaan staan om te helpen bij het lossen, omdat hij bang was dat het zeildoek van de vrachtwagen zou scheuren of één van de tuinmachines beschadigd zou raken. Hoewel aan de werknemer wel de instructie was gegeven dat hij niet mocht assisteren bij het lossen van de lading, kan hem dit niet tegengeworpen worden, zo oordeelt het hof. Volgens het hof is het begrijpelijk dat de werknemer wilde voorkomen dat het zeildoek zou scheuren of een tuinmachine zou beschadigen. Het hoefde voor de werknemer niet kenbaar te zijn dat dit ook als ‘lossen’ moest worden aangemerkt.

Het hof is van mening dat het transportbedrijf onvoldoende maatregelen heeft genomen 
om te voorkomen dat de werknemer daarbij met zijn voet onder de heftruck bekneld zou raken. Het hof laat hierbij meewegen dat er geen RI&E was uitgevoerd en dat het ongeval niet aan de (Spaanse) arbeidsinspectie was gemeld. 

Geen veiligheidsschoenen verstrekt
Wat het hof daarnaast laat meewegen is dat door het transportbedrijf de werknemer geen veiligheidsschoenen had verstrekt, terwijl die wel hadden kunnen bijdragen aan voorkoming of beperking van het letsel. Van opzet of bewuste roekeloosheid aan de zijde van de werknemer is geen sprake, oordeelt het hof. Het transportbedrijf is daarom aansprakelijk voor het ongeval.

De uitspraak toont opnieuw aan dat niet snel wordt aangenomen dat een werkgever aan zijn zorgplicht heeft voldaan, zelfs wanneer een instructie is gegeven om bepaalde werkzaamheden niet te verrichten.

Joost Knaap is advocaat bij Cleerdin & Hamer advocaten. E-mail: 
knaap@cleerdin-hamer.nl.