Werkgever aansprakelijk voor ongeluk thuis

PrintPrint

De zorgplicht van een werkgever om zijn werknemers te beschermen tegen gevaar, gaat ver. Zelfs zó ver dat een werkgever aansprakelijk is voor een ongeval bij een werknemer thuis? Onder omstandigheden moet deze vraag met ja beantwoord worden, zo getuigt het ‘deurmat-arrest’.

Het ging in deze zaak om het volgende. De werknemer was werkzaam als heftruckchauffeur/orderpicker bij een groothandel in bouwmaterialen. In mei 2006 raakt hij gewond doordat een collega met een heftruck over de tenen van zijn rechtervoet rijdt. Gelukkig voor de werknemer draagt hij schoenen met stalen neuzen zodat de schade beperkt blijft, maar hij heeft wel enkele tenen gebroken. Zijn voet gaat vervolgens in het gips.  

De werknemer stelt de werkgever aansprakelijk voor de schade als gevolg van het ongeval op grond van de zorgplicht die op de werkgever rust (art. 7:658 BW). De werkgever erkent de aansprakelijkheid voor dit ongeval.

Vanaf begin juni 2006 verricht de werknemer vervangend zittend werk. Nadat het gips rondom de gebroken voet verwijderd is, mag de werknemer van de bedrijfsarts halve dagen zittend werk doen. Afhankelijk van de klachten mag dat worden uitgebreid, met als doel dat de werknemer geleidelijk zijn eigen werkzaamheden weer zou hervatten.

Tweede ongeval
Op 28 juni 2006 – anderhalve maand na het eerste ongeval - werkt de werknemer voor het eerst weer ‘op de heftruck’, in overleg met de bedrijfsarts. Eenmaal thuis gekomen die dag zit het de werknemer opnieuw niet mee en struikelt hij over de deurmat. De werknemer loopt daarbij ernstig knieletsel op.

De vraag waar de rechter zich over boog was of de werkgever óók aansprakelijk was voor dit tweede ongeval.

Volgens de werknemer is dat het geval. Hij zegt dat zijn knieletsel het gevolg is van zijn gebroken voet: nadat hij die dag had gewerkt, kwam hij vermoeid thuis. Door het werk waren de klachten aan zijn voet verergerd en sleepte de werknemer met zijn ‘slechte’ voet. Daardoor is hij over de deurmat gestruikeld.

De werkgever stelt daartegenover dat het niet redelijk is om een valpartij in de privésfeer toe te rekenen aan het eerdere bedrijfsongeval.

Criteria
Of de werkgever aansprakelijk is voor de schade van de werknemer hangt af van twee vragen.
Ten eerste moet de vraag beantwoord worden of er sprake is van causaal verband tussen het bedrijfsongeval en het ongeval thuis. Dit wordt ook wel het ‘conditio sine qua non-verband’ genoemd. Met andere woorden: was het ongeval thuis de werknemer ook overkomen als het bedrijfsongeval niet had plaatsgevonden? Daarna moet de vraag beantwoord worden of de schade ten gevolge van het ongeval thuis in redelijkheid worden toegerekend aan het bedrijfsongeval.

De kantonrechter vond in eerste aanleg dat er sprake was van een causaal verband en ook dat de schade in redelijkheid aan het bedrijfsongeval kon worden toegerekend.

In hoger beroep komt het hof tot een ander oordeel. Het hof is wel van mening dat sprake is van een causaal verband, omdat aannemelijk is dat de heftruckchauffeur juist op die dag door zijn werk weer meer last had van zijn voet en daardoor bij het lopen werd gehinderd.

Het hof vindt echter niet dat de schade ook in redelijkheid aan het bedrijfsongeval kan worden toegerekend. Volgens het hof staat het knieletsel in een zeer ver verwijderd verband tot het oorspronkelijke letsel (door het bedrijfsongeval). Het hof vindt hierbij van belang dat hij geen hulpmiddelen ‘die een zeker risico in het gebruik inhouden’ nodig had (bijvoorbeeld een rolstoel of krukken). Daarnaast weeg het hof mee dat hij, aangezien het om zijn eigen huis ging waar hij struikelde, zélf invloed had op de inrichting. De werkgever kon er niets aan doen dat er een deurmat lag.

Hoge raad
De werknemer gaat vervolgens in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad geeft de werknemer gelijk: er is sprake van een tegenstrijdig oordeel van het hof. Hoewel het hof gelijk heeft dat alle omstandigheden van het geval moeten worden meegewogen bij de toerekeningsvraag, is het onbegrijpelijk dat het hof bij de beantwoording van de eerste vraag oordeelt dat er sprake is van voldoende causaal verband, maar vervolgens in het kader van de schadetoerekening toch stelt dat het knieletsel in te ver verwijderd verband staat tot het oorspronkelijke letsel. Het hof kun dus volgens de Hoge Raad niet zeggen dat er een causaal verband is en vervolgens zeggen dat dit verband te ver verwijderd is. De zaak wordt doorverwezen naar een ander hof dat opnieuw zal moeten beslissen.  

Wat de zaak laat zien is dat zélfs bij een opmerkelijk ongevalsgevolg - zoals het knieletsel anderhalve maand na het oorspronkelijke ongeval – toerekenbaarheid van de schade snel wordt aangenomen, zeker wanneer er een verband is tussen letselschade en een schending van de zorgplicht van een werkgever.