Hoe ver reikt het beroepsgeheim van de bedrijfsarts?
Een werknemer is ervan overtuigd dat de bedrijfsarts een beroepsfout had gemaakt. Zij stelt haar werkgever aansprakelijk voor de schade. In de rechtszaak roept ze de bedrijfsarts op als getuige. De bedrijfsarts weigert dit en beroept zich op het verschoningsrecht. Wie heeft er gelijk? En hoe ver reikt dit recht op verschoning?
Wettelijk kader |
Wat speelde er?
Een zieke werknemer nam voor iets meer dan de helft van haar functie, namelijk voor 0,6 FTE, ontslag. Zij ontving daardoor een stuk minder salaris. Later stelde zij haar werkgever aansprakelijk: die had haar moeten afraden om (deels) ontslag te nemen aangezien zij ziek was. Sterker nog, volgens de werknemer had de bedrijfsarts het deel ontslag zelfs geadviseerd. De bedrijfsarts is daarmee zijn boekje te buiten gegaan. De werknemer start een procedure waarin ze de bedrijfsarts oproept als getuige. Ze geeft hem toestemming om alles te vermelden over haar re-integratiedossier.
Geheimhoudingsplicht
De bedrijfsarts mocht zich beroepen op het verschoningsrecht, oordeelde de Hoge Raad. De bedrijfsarts komt vanwege de geheimhoudingsplicht altijd een verschoningsrecht toe, tenzij er sprake is van een zeer uitzonderlijke situatie. Het feit dat de werknemer had aangegeven dat de bedrijfsarts in de procedure alles uit haar re-integratiedossier mocht gebruiken, doet hier niet aan af. En de bedrijfsarts hoeft niet uit te leggen waarom hij zich beroept op het verschoningsrecht.