Apart werkplan bij professioneel vuurwerk vervalt

PrintPrint

In het Arbobesluit is op 1 juli 2012 de verplichting vervallen om een apart werkplan op te stellen voordat professioneel vuurwerk wordt geïnstalleerd of afgestoken. De maximale verkoophoeveelheid gaat van tien naar 25 kilo.

Bij het afsteken van professioneel vuurwerk moest tot nu toe bij de melding of de aanvraag om toestemming een werkplan worden bijgevoegd. De Inspectie SZW had een adviesrecht ten aanzien van de beoordeling van dit werkplan. In de praktijk werd van dit adviesrecht echter geen gebruikgemaakt. De reden hiervoor was dat het huidige arbeidsomstandighedenbeleid uitgaat van meer verantwoordelijkheid bij werkgevers en werknemers. De afstekers hebben een certificaat gehaald waaruit blijkt dat ze deskundig zijn. Daarom is besloten dat de risico’s van het werken met professioneel vuurwerk binnen de voor iedere werkgever verplichte Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) worden opgenomen. Er is dus geen speciaal werkplan meer nodig, waardoor de administratieve lasten beperken worden.

Schietlijst

Voortaan is het afdoende als in de RI&E de risico’s van werkzaamheden met professioneel vuurwerk worden behandeld en geëvalueerd. Het plan van aanpak, dat onderdeel is van de RI&E, bevat dan de preventieve maatregelen. Het is van belang te weten welke vuurwerkartikelen worden afgeschoten. De inspectie zal dan ook verwachten dat de ‘schietlijst’ zoals genoemd in artikel 3.B3a van het vuurwerkbesluit onderdeel is van de inventarisatie. Deze lijst kan dus gelden als aanvulling op de RI&E zoals bedoeld in het gewijzigde artikel 4.9, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Ook voor zzp-ers geldt dat de schietlijst kan gelden als aanvulling op de RI&E.

Maximaal verkoopgewicht

Uit de evaluatie is van het Vuurwerkbesluit is naar voren gekomen dat de maximale hoeveelheid vuurwerk van tien kilo die bij een aflevering mag worden meegegeven niet meer hanteerbaar is. Vuurwerk is in de loop van de tijd zwaarder geworden. Sommige vuurwerkartikelen overschrijden per stuk zelfs de grens van 10 kg en zouden dan niet meer verkocht mogen worden. Verder blijkt uit de evaluatie dat consumenten vaak meer dan tien kilo consumentenvuurwerk aanschaffen. Consumenten komen dan tweemaal of vaker naar de detailhandel. De praktische voordelen voor detailhandel en consument zijn afgezet tegen de mogelijke gevolgen voor persoonlijke veiligheid en transportveiligheid. De extra risico’s voor de consument bleken heel beperkt. Hierop is besloten dat het verkoopgewicht naar 25 kilo kan.

Fysieke belasting

Het verhogen van de maximale verkoophoeveelheid van tien kilo naar 25 kilo in het Vuurwerkbesluit kan leiden tot een zwaardere fysieke belasting voor werknemers van een bedrijf dat vuurwerk verkoopt. Vaak wordt als vuistregel voor het maximale tilgewicht 23 kilo aangehouden. Deze grens is afkomstig van een door de NIOSH (National Institute for Occupational Safety and Health) ontwikkelde beoordelingsmethode voor het tillen van zware lasten. Het is geen wettelijk vastgelegde grens, maar wordt door de Gezondheidsraad wel als de meest geschikte methode beschouwd. De werkgever moet zorgen dat het (til)werk zonder gevaar voor veiligheid en gezondheid kan worden gedaan. Uit de RI&E die de werkgever moet maken, blijkt welke risico’s/gevaren er zijn op de werkplek. In het geval van tillen van vuurwerkartikelen zal hierbij een rol spelen dat eventuele fysieke belasting slechts kortdurend optreedt (tijdens en rondom de verkoopdagen). Op basis van de RI&E moet de werkgever doeltreffende maatregelen treffen om dat risico te beperken.