Geldigheidsduur persoonscertificatie gelijkgetrokken

Premium

Als een buitenlandse dienstverrichter werkzaamheden wil uitoefenen in een beroep waarvoor een persoonscertificatieplicht geldt, moet hij voldoende gekwalificeerd zijn. De regelgeving schrijft voor op welke wijze een buitenlandse dienstverrichter zijn vakbekwaamheid kan aantonen. Daarbij was onvoldoende duidelijk aangegeven hoe lang zijn certificaat van vakbekwaamheid vervolgens geldig was. Evenmin was duidelijk of dit certificaat van vakbekwaamheid ingetrokken kon worden. Vanaf 1 januari 2014 is dat opgelost.

Vanaf nu geldt dat deze certificaten van vakbekwaamheid eenzelfde geldigheidsduur hebben als een ‘regulier’ certificaat (dat wil zeggen van een van oorsprong Nederlandse dienstverrichter) en dat deze certificaten onder dezelfde condities als ‘reguliere’ certificaten worden uitgegeven. Met zo’n certificaat van vakbekwaamheid wordt dus een gelijke toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt bereikt als met een ‘regulier’ certificaat. De Europese dienstenrichtlijn en de Europese richtlijn verplichten lidstaten ertoe vrij verkeer van diensten mogelijk te maken. Het is vrij ingewikkeld gebleken om het Nederlandse systeem van persoonscertificatie met deze richtlijnen in overeenstemming te brengen. Vanwege het complexe karakter van de regelgeving wordt in dit artikel uitgebreid uitleg gegeven. Opbouw regelgeving Op grond van artikel 20 van de Arbeidsomstandighedenwet, de artikelen 1.5a tot en met 1.5i van het Arbeidsomstandighedenbesluit, gelden algemene regels met betrekking tot certificaten. Voor bepaalde beroepen zijn in het Arbeidsomstandighedenbesluit bepalingen opgenomen, op grond waarvan...

Dit artikel lezen...
... en toegang tot alle artikelen en de complete Arboregelgeving?

Dat kan voor

€ 102,00

p/jaar