Ingrijpende wijzigingen certificatieschema asbestverwijderaar

PrintPrint

De certificatieschema’s voor deskundig asbestverwijderaar (DAV 1 en 2) en voor deskundig toezichthouder asbestverwijdering (DTA) zijn ingrijpend aangepast en samengevoegd in een nieuw certificatieschema. De leerling deskundig asbestverwijderaar is vervallen. Daarvoor in de plaats zijn er nu twee wettelijke certificatieregelingen voor de deskundig asbestverwijderaar niveau 1 en niveau 2.

De certificatieschema’s voor deskundig asbestverwijderaar (DAV 1 en 2) en voor deskundig toezichthouder asbestverwijdering (DTA) zijn ingrijpend aangepast en samengevoegd in een nieuw certificatieschema. De leerling deskundig asbestverwijderaar is vervallen. Daarvoor in de plaats zijn er nu twee wettelijke certificatieregelingen voor de deskundig asbestverwijderaar niveau 1 en niveau 2.

Het verwijderen van asbest is alleen toegestaan voor personen (en bedrijven) die beschikken over een geldig certificaat dat is afgegeven door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid of, indien de minister een certificerende instelling heeft aangewezen, door die certificerende instelling. Persoonscertificaten betreffen de deskundig asbestverwijderaar (DAV) en de deskundig toezichthouder asbestverwijdering (DTA). De eisen aan certificaathouders zijn neergelegd in certificatieschema’s die als bijlagen zijn opgenomen bij de Arbeidsomstandighedenregeling en daarmee onderdeel zijn van de wet- en regelgeving op het terrein van de arbeidsomstandigheden. In 2012 (Stcrt 2011, 18269 en 2011, 22513) zijn in het kader van de zogeheten ‘Stelselwijziging certificatie’ nieuwe certificatieschema’s in werking getreden: één schema voor de deskundig asbestverwijderaar en één schema voor de deskundig toezichthouder asbestverwijdering.

Door de beheerstichting Ascert, waarin alle belanghebbende partijen bij asbestsanering samenwerken in het beheer en aanpassen van certificatie-eisen, zijn bij de minister voorstellen voor aanpassing van de schema’s ingediend. Ook bij de Inspectie SZW bestond de behoefte aan aanpassing van de certificatie-eisen. Dit heeft er uiteindelijk toe geleid dat het ministerie van SZW de persoonscertificatie-eisen op het gebeid van asbest grondig tegen het licht heeft gehouden en ingrijpend heeft herzien.

Aanpassing van de structuur van de persoonsschema’s
De certificatieschema’s voor deskundig toezichthouder asbestverwijdering (oude bijlage XIIIc) en voor deskundig asbestverwijderaar (oude bijlage XIIId) zoals die in 2012 zijn gepubliceerd, bevatten voor een groot deel vergelijkbare eisen. Zo zijn de eisen die gesteld worden aan de manier waarop theorie- en praktijkexamens worden afgenomen voor beide persoonscertificaten gelijk. Door beide schema’s te integreren hoeven de bepalingen die identiek zijn maar éénmaal te worden opgenomen. Daarnaast bleek in de schema’s een aantal zaken opgenomen te zijn, die bij nader inzien achterwege kunnen blijven. In paragraaf 4.6 van de oude bijlagen XIIIc en XIIId was een uitgebreide klachtenprocedure opgenomen. Omdat een certificerende instelling al op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zorg moet dragen voor een behoorlijke behandeling van klachten over zijn gedragingen, zijn deze paragrafen niet langer opgenomen. Om dezelfde reden zijn de eisen aan de bezwaarschriftenprocedure ook vervallen. Die zijn sowieso van toepassing op basis van de Awb. Verder bevatten de oorspronkelijke schema’s in een bijlage een voorbeeld van hoe het certificaat er fysiek uit moet zien. Het is voldoende om vast te stellen welke gegevens op het certificaat vermeld moeten zijn. De precieze vormgeving van het certificaat wordt thans overgelaten aan de Stichting Ascert.

Ook andere detailvoorschriften, zoals voorschriften voor de grootte van het bureaublad tijdens examens, worden niet langer wenselijk of nodig geacht en zijn uit het schema verwijderd. Het is aan de Stichting Ascert om indien gewenst hier richtlijnen voor te formuleren. Tenslotte bleken de schema’s een aantal paragrafen of passages te bevatten, soms in de vorm van voetnoten, die uitsluitend bedoeld waren als toelichting op de verschillende eisen. In het nieuwe, geïntegreerde schema zijn ook deze passages verwijderd. Deze ingrijpende herziening heeft geleid tot een nieuw geïntegreerd schema voor drie persoonscertificaten, dat zoveel mogelijk is ontdaan van overbodige bepalingen en toelichtende teksten en dat bovendien qua opzet en structuur geheel is herzien, waarbij ernaar gestreefd is de eisen meer logisch te clusteren en doublures te verwijderen. Het nieuwe geïntegreerde schema bevat thans – in de paragrafen 1 tot en met 6 – de algemene eisen. De paragrafen 7, 8 en 9 bevatten de eisen aan de deskundig asbestverwijderaar en de deskundig toezichthouder asbestverwijdering. Paragraaf 10 bevat overgangsbepalingen. Het nieuwe schema is als (nieuwe) bijlage XIIIc bij de arbeidsomstandighedenregeling opgenomen.

Inhoudelijke aanpassingen
Op verzoek van de beheerstichting Ascert en de Inspectie SZW is een belangrijke inhoudelijke wijziging doorgevoerd. Deze heeft betrekking op de leerling deskundig asbestverwijderaar en onderscheid naar twee niveaus van asbestverwijderaar. De leerling deskundig asbestverwijderaar komt niet langer in de regelgeving voor. Deze was in zijn oorspronkelijke opzet de facto geen ‘volwaardig certificaathouder’, maar was bedoeld als een vorm van een tijdelijk certificaat waarbij iemand zich onder toezicht van een mentor kon ontwikkelen tot een volwaardig deskundig asbestverwijderaar. Dit was uitgewerkt in een door de beheerstichting opgesteld certificatieschema, SC 525, dat echter geen deel uit maakt van de Arbeidsomstandighedenregeling. In plaats van de leerling deskundig asbestverwijderaar, worden met het nieuwe certificatieschema twee niveaus voor de deskundig asbestverwijderaar geïntroduceerd, aangeduid met de afkorting DAV-1 en DAV-2.

Het blijft overigens ook in deze opzet de bedoeling dat een deskundig asbestverwijderaar van het laagste niveau (niveau 1) zich ontwikkelt tot een deskundig asbestverwijderaar niveau 2 en de relatief korte geldigheidsduur van het betreffende certificaat is dan ook mede bedoeld als stimulans om zich tot een deskundige van niveau 2 te ontwikkelen. Omdat de beschikbaarheid van een mentor voor een deskundig asbestverwijderaar niveau 1 wenselijk blijft, is in het certificatieschema voor asbestverwijderingsbedrijven (bijlage XIIIb, paragraaf 7.11.2.1) de eis opgenomen dat een deskundig asbestverwijderaar niveau 1 slechts mag worden ingezet indien is voorzien in een adequaat mentorschap.

Aanpassing van Bijlage XIIIa, XIIIb en XIIIe
Bijlage XIIIa, XIIIb en XIIIe zijn aangepast in verband met de integratie van bijlage XIIIc en bijlage XIIId (voorheen aangeduid als SC-510 en SC-520) en de introductie van het onderscheid tussen de twee niveaus van asbestverwijderaar. Daarnaast zijn bijlage XIIIa en XIIIb aangepast in verband met de opname van enkele bepalingen waarmee nadere eisen worden gesteld aan het verkrijgen van een individueel certificaat door een zelfstandig opererende onderneming, die onderdeel is van een concern. Dit certificaat krijgt vervolgens een zogenoemde ‘subcode’ en wordt opgenomen in het register van Ascert. Hiermee wordt het tegengaan van belangenverstrengeling beoogd. Tevens is in Bijlage XIIIb een bepaling opgenomen waarin wordt verduidelijkt hoe vezelverspreiding buiten het containment moet worden voorkomen. Hiertoe wordt een interpretatiedocument door Ascert opgesteld waarin een onderdruk van 20 Pascal het uitgangspunt is. In het document zal worden beschreven welke maatregelen getroffen moeten worden om dit te realiseren. Op dit moment wordt gewerkt aan een integrale herziening van de bijlagen XIIIa en XIIIb, die de certificatie-eisen voor asbestinventarisatiebedrijven en voor asbestverwijderingsbedrijven bevatten. Ook hier wordt gestreefd naar integratie van beide bijlagen. In verband hiermee zal ook de sanctieregeling worden aangepast. Gezien de relatie tussen de afwijkingen in het kader van de procescertificaten asbestinventarisatie en asbestverwijdering en de afwijkingen op basis van de persoonscertificaten op asbestterrein, is de sanctieregeling met betrekking tot de persoonscertificaten op dit moment nog niet nader ingevuld, maar daarvoor wel een artikel gereserveerd in de nieuwe bijlage XIIIc. Uiteraard heeft de certificerende instelling op grond van artikel 1.5g, derde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit wel de bevoegdheid om een certificaat te schorsen, wijzigen of in te trekken.

Aanpassing document voor aanwijzing en toezicht: Bijlage XIIIf
De inhoud en opzet van bijlage XIIIf, die de eisen aan de certificerende instelling bevat, zijn aanzienlijk gewijzigd. Evenals bij de herziening van bijlage XIIIc en XIIId zijn de toelichtende teksten in bijlage XIIIf zoveel mogelijk geschrapt of verplaatst naar de toelichting bij de regeling, omdat dergelijke teksten niet thuishoren in regelgeving. Daarnaast zijn onderdelen verwijderd die alleen uit een herhaling van voorschriften bestaan die in externe documenten voorkomen, zoals NEN-normen. Er wordt dan volstaan met een verwijzing naar (een deel van) de betreffende norm. Ook zijn passages verwijderd indien de inhoud afdoende wordt gedekt door bestaande wetgeving die van toepassing is. Dat was het geval voor de paragraaf 4.2.2 ‘Klachtenregeling’, paragraaf 4.2.3 ‘Beschikbaarheid certificatiepersoneel’, de paragraaf 4.2.8.1 ‘Toezicht op klachtenafhandeling CKI’. Sommige delen zijn geschrapt omdat ze al in andere delen van de regelgeving als eis zijn opgenomen (bijv. de eis tot het hebben van een verzekering).

Gevolgen voor de uitvoering en toezicht
In de nieuwe schema’s zijn ook een aantal vereenvoudigingen doorgevoerd. Zo vervalt de verplichting aan certificerende instellingen om jaarlijks aan de Inspectie SZW de interne auditverslagen toe te zenden. Ook is bijvoorbeeld de verplichte deelname van certificerende instellingen aan het Centrale College van Deskundigen thans zo geregeld dat certificerende instellingen ook een gezamenlijke vertegenwoordiger aan kunnen wijzen hetgeen de kosten van de deelname aan dit overleg kan beperken. Tenslotte zijn ook nog enkele wijzigingen aangebracht met betrekking tot de inrichting en duur van de examens. In Bijlage XIIIa en XIIIb zijn enkele eisen toegevoegd in het kader van het certificeren van zelfstandige ondernemingen binnen grote, veelal internationaal opererende, concerns. Hiermee is beoogd om oneigenlijk gebruik van bepalingen gericht op dergelijke ondernemingen in het certificatiestelsel aan te kunnen pakken en er is geen aanleiding te veronderstellen dat het aanscherpen van deze eisen tot extra kosten zou kunnen leiden voor certificerende instellingen of certificaathouders.

Aanvullende wijzigingen
Na het van kracht worden van deze wijzigingen per 1 maart 2016 is er nog het volgende in dit schema aangepast:

  • De aanduiding van de risicoklassen in paragraaf 3.3.1 van bijlage XIIIc is aangepast aan de nieuwe grenswaarde voor amfibole asbestvezels (Stcrt. 67085, 12-12-2016, in werking getreden op 1 januari 2017);
  • Invoering van een sanctiestelsel voor persoonscertificaten door aanpassing van artikel 12 en invoering van de nieuwe artikelen 12a, 12b en 37, alsmede een bijlage 1 in bijlage XIIIc van de arboregeling (Stcrt. 64906, 30-11-2016, in werking getreden op 1 maart 2017).

Meer details over het nieuwe persoonscertificatieschema asbest en het schema voor aanwijzing en toezicht van de certificerende instelling zijn te vinden in Staatscourant 2016 nr. 6137 van 10 februari 2016 welke in werking trad op 1 maart 2016.