Lagere grenswaarde voor amfibole asbestvezels

PrintPrint

De grenswaarde voor amfibole asbestvezels in het Arbeidsomstandighedenbesluit wordt op 1 januari 2017 verlaagd van 10.000 naar 2.000 vezels/m3. Daarnaast zijn er wijzigingen in de risicoklasse-indeling voor blootstelling aan asbestvezels op arbeidsplaatsen.

Advies Gezondheidsraad en grenswaarde
Uit advies van de Gezondheidsraad (Asbest: Risico’s van milieu- en beroepsmatige blootstelling, nummer 2010/10) bleek dat de gezondheidsrisico’s van asbest ernstiger waren dan verwacht, en dat deze afhangen van het soort asbest: asbestvezels van het type chrysotiel, of asbest amfibolen.

Met ingang van 1 juli 2014 is het Arbobesluit aangepast in verband met de herziening van de grenswaarde voor asbest. Daarbij is de grenswaarde voor chrysotiel verlaagd van 10.000 naar 2.000 vezels per kubieke meter en is in het Arbobesluit een onderscheid gemaakt tussen de twee typen asbest, namelijk chrysotiel en amfibolen. Tevens voorzag dat besluit in een verlaging van de grenswaarde voor asbest amfibolen van 10.000 naar 300 vezels per kubieke meter. Dit was ook in lijn met het advies van de Sociaal-Economsche Raad (SER) uit 2013.

Eind 2014 bracht de SER een vervolgadvies uit dat aangaf dat het bij verschillende werkzaamheden technisch niet mogelijk is de blootstelling aan amfibole asbestvezels tot 300 vezels per kubieke meter te verlagen. Dit heeft ertoe geleid dat voorlopig de grenswaarde in een eerste stap verlaagd wordt van 10.000 naar 2.000 vezels per kubieke meter. Over vijf jaar zal de SER opnieuw bezien of een verdergaande verlaging haalbaar wordt geacht. De Europese grenswaarde voor asbestvezels is 100.000 per kubieke meter. De Nederlandse grenswaarde is dus een factor 50 lager.

Nieuwe berekening voor risicoklasse-indeling
Om te bepalen welke voorzorgsmaatregelen bij het verwijderen van asbest moeten worden genomen hanteert het Arbeidsomstandighedenbesluit een risicoklasse-indeling. Voor het berekenen van de risicoklasses 1 en 2 moet voortaan rekening worden gehouden met eventuele gecombineerde blootstelling aan verschillende soorten asbestvezels (artikelen 4.44 en 4.48).

Zowel in het Arbeidsomstandighedenbesluit (artikel 4.53c) als in het Asbestverwijderingsbesluit (artikel 6) wordt de benaming risicoklasse 3 vervangen door risicoklasse 2A. Deze wijziging moet tot uiting brengen dat het gezondheidsrisico in risicoklasse 2A niet altijd groter hoeft te zijn dan in risicoklasse 2.

De verzwaarde eindbeoordeling aan het eind van de asbestsanering die in artikel 4.54 van het Arbeidsomstandighedenbesluit was opgenomen is komen te vervallen, omdat uit TNO-onderzoek niet is gebleken dat deze in de praktijk een toegevoegde waarde heeft.

Hogere kosten eindmetingen
De eindmetingen aan het eind van de asbestsanering worden duurder. Dit komt vooral doordat voor het verrichten van de eindmetingen een andere werkwijze bij de eindsaneringen noodzakelijk is, omdat anders de lagere grenswaarde niet wordt gehaald.

Het wijzigingsbesluit is gepubliceerd in Staatsblad nr. 340 van dit jaar.