Sanctiebeleid Arbeidsomstandighedenregelgeving aangescherpt

Public

De ‘Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving’ zorgt voor een aanscherping van de handhaving en sancties bij overtredingen van alle arbeidswetten. Arbeidswetgeving moet werknemers onder meer beschermen tegen slechte arbeidsomstandigheden. Het overtreden van deze arbeidswetten mag niet lonen. Voor bedrijven kan het financieel voordelig zijn de wetgeving te ontduiken. Door werknemers te weinig te betalen, te lang of onder slechte arbeidsomstandigheden te laten werken, besparen bedrijven op de kosten en behalen zij een oneigenlijk concurrentievoordeel. Met deze aanscherping wil de regering het niet-naleven van arbeidswetten terugdringen en bijdragen aan eerlijke concurrentie tussen werkgevers.

De aanscherping van het sanctiebeleid voor bedrijven bestaat uit onderstaande acht hoofdpunten.

1. Meer bestuurlijke boetes

Vanaf 1 januari worden ook zwaardere overtredingen zoveel mogelijk met bestuurlijke boetes afgedaan in plaats van met strafrecht. Dit is niet alleen sneller, er gaat ook sterkere preventieve werking vanuit. Uitzondering op deze regel zijn overtreding van de voorschriften voor het voorkomen van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen. Hierbij kan naast een bestuurlijke boete ook voor strafrecht worden gekozen.

2. Hogere boetes en nieuwe boetesystematiek

De boetenormbedragen bij de eerste overtreding van de arbeidswetten gaan fors omhoog. De maximale boete voor overtredingen is met ingang van 1 januari 2013 gelijk aan het maximum van de vijfde boetecategorie, € 78.000. Voor overtredingen van artikel 6 lid 1 van de Arbowet, geldt zelfs de zesde boetecategorie van het Wetboek van Strafrecht, te weten € 780.000. Dat wil niet zeggen dat deze boetes daadwerkelijk bij overtredingen worden opgelegd. In de “Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving” is per overtreding opgesomd wat het boetenormbedrag is.

3. Drie typen overtredingen

De beleidsregel maakt onderscheid tussen drie typen overtredingen: 
a. Zware overtreding (ZO)
Een overtreding die in de bijlage van de beleidsregel als ZO is aangemerkt en waarvoor direct een boete wordt gegeven. Indien de feiten zoals geformuleerd ook daadwerkelijk door een inspecteur worden geconstateerd, dan is er sprake van ‘heterdaad’. Behalve het geven van een bevel tot stillegging bij gevaar, zegt de inspecteur direct een boete aan. Als de inspecteur een situatie aantreft die potentieel zouden kunnen leiden tot ernstig gevaar, terwijl er op het moment van constateren niet wordt gewerkt, dan is deze bevoegd om te bevelen dat werkzaamheden niet mogen worden aanvangen zolang het potentiële gevaar aanwezig is. In dergelijke situaties wordt echter geen boete aangezegd.

b. Overtreding met directe boete (ODB) 
Een overtreding die in de bijlage van de beleidsregel als ODB is aangemerkt en waarvoor direct een bestuurlijke boete wordt gegeven. Dit is de overtreding die de directe aanleiding is geweest voor een arbeidsongeval. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om het ontbreken van vakbekwaamheid of de bevoegdheid van werknemers om risicovolle werkzaamheden te verrichten, of het ontbreken van bepaalde onmisbare basisvoorzieningen. In aanvulling op de boete kan de inspecteur ook eisen dat er direct maatregelen worden getroffen.

c. Overige overtreding (OO)
Een overtreding die in de bijlage van de beleidsregel als OO is aangemerkt en waarvoor eerst een waarschuwing wordt gegeven of een eis wordt gesteld en pas in tweede instantie, nadat is geconstateerd dat de betreffende tekortkoming niet is opgeheven, wordt overgegaan tot boeteoplegging.

4. Categorieën boetenormbedragen

Bij de berekening van een bestuurlijke boete worden voortaan nog maar zeven categorieën normbedragen onderscheiden, te weten: € 340,- , € 750,- , € 1500,- , € 3000,- , € 4500,- , € 9000,- en € 13.500,-. Indien een werkgever niet direct melding maakt van een arbeidsongeval en waarbij de toezichthouder geen onderzoek meer kan verrichten, geldt een boetenormbedrag van € 50.000. Verder gelden de volgende uitgangspunten. 
• Overtredingen die meermalen voorkomen, kunnen maximaal drie keer in de berekening van de op te leggen bestuurlijke boete worden meegenomen.
• De totale bij een boetebeschikking op te leggen bestuurlijke boete bestaat, in geval er sprake is van meer dan één overtreding, uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen.
• De boetenormbedragen gelden voor ondernemingen met 500 of meer werknemers. Naarmate de onderneming minder werknemers heeft, wordt een percentage berekend. 

• Indien de overtreding door een andere partij dan de werkgever wordt begaan, bijvoorbeeld de opdrachtgever, de ontwerpende partij of de uitvoerende partij, wordt niet gecorrigeerd naar het aantal werknemers.
• De bestuurlijke boete die per boetebeschikking aan een werknemer kan worden opgelegd, bedraagt maximaal € 450,-.
• Voor de boeteberekening van overtredingen geconstateerd op locaties of in filialen, wordt als bedrijfs-/instellingsgrootte het aantal werknemers van de gehele juridische eenheid gehanteerd.
• Voor een bestuurlijke boete die wordt opgelegd aan degene bij wie vrijwilligers werkzaam zijn wordt voor de bedrijfsgrootte uitgegaan van het aantal vrijwilligers dat ten tijde van de overtreding werkzaam was op de locatie waar de overtreding heeft plaatsgevonden.

5. Verhoging en verlaging van de boete 

Op grond van een aantal factoren kan het boetenormbedrag worden verhoogd of verlaagd. Factoren die leiden verhoging van het boetenormbedrag
- Bij een arbeidsongeval dat leidt tot de dood wordt het normbedrag vermenigvuldigd met vijf.
- Bij een arbeidsongeval dat leidt tot een blijvend letsel of een ziekenhuisopname wordt het normbedrag vermenigvuldigd met vier.
- In het geval van zware overtredingen (ZO) wordt het normbedrag vermenigvuldigd met twee.
- Indien meer dan tien, respectievelijk meer dan vijftig werknemers aan een niet-administratieve overtreding zijn blootgesteld wordt het normbedrag vermenigvuldigd met anderhalf, respectievelijk twee.

Factoren die leiden verlaging van het boetenormbedrag 
- Indien de werkgever aantoont dat hij de risico’s van de werkzaamheden waarbij de overtreding zich heeft voorgedaan voldoende heeft geïnventariseerd, een veilige werkwijze heeft ontwikkeld die voldoet aan de vereisten van de Arbeidsomstandighedenwetgeving, deugdelijke, voor de arbeid geschikte, arbeidsmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking heeft gesteld en de verdere nodige maatregelen heeft getroffen wordt de bestuurlijke boete gematigd met een derde.
- Kan de werkgever aantonen dat hij voldoende instructies heeft gegeven, wordt de bestuurlijke boete gematigd met nog een derde.
- Als de werkgever bovendien aantoont dat hij adequaat toezicht heeft gehouden, wordt geen bestuurlijke boete opgelegd.

6. Recidive

Het kabinet wil het herhaald overtreden van voorschriften streng bestraffen. Wanneer een overtreding opnieuw wordt begaan, verdubbelt de boete en bij herhaalde recidive wordt de boete zelfs driemaal zo hoog. Als er sprake is van zogenaamde ernstige overtredingen wordt de boete bij recidive direct driemaal zo hoog. Ernstige overtredingen zijn in dit geval:
• Het willens en wetens overtreden van een wettelijke verplichting waardoor een arbeidsongeval met dodelijke afloop plaats vindt.
• Het werken met bepaalde gevaarlijke stoffen zoals propaansulton en loodwit.
• Overtredingen bij het werken door zwangere werkneemsters en jeugdigen.
• Asbestverwijdering zonder het vereiste certificaat. De termijn waarbinnen recidive wordt vastgesteld is verruimd van twee naar vijf jaar voor gewone overtredingen. Voor de categorie ernstige overtredingen is de recidivetermijn zelfs op tien jaar gesteld.

7. Bredere toepassing last onder bestuursdwang

Alle bestuursrechterlijke overtredingen komen in aanmerking voor een last onder bestuursdwang, wat inhoudt dat de overheid per beschikking de eis stelt de overtreding binnen een bepaalde termijn ongedaan te maken. Indien hieraan niet voldaan wordt kan de overheid ertoe overgaan de overtreding ongedaan te laten maken en de kosten op de overtreder verhalen.

8. Preventieve stillegging van het werk bij recidive

Na herhaling van een overtreding of een soortgelijke overtreding wordt een waarschuwing gegeven dat het werk moet worden stilgelegd. Indien voor de derde opeenvolgende keer dezelfde of een soortgelijke overtreding plaatsvindt dan wordt een bevel tot stillegging van werk gegeven, overeenkomstig de wetten waarop deze besluiten zijn gebaseerd, voor een maximale periode van 3 maanden. Wanneer het gaat om een ernstige overtreding dan wordt gelijk bij de eerste overtreding een waarschuwing gegeven en wanneer voor de tweede maal dezelfde of een soortgelijke ernstige overtreding wordt begaan, wordt een bevel tot stillegging van werkzaamheden opgelegd.

(Een uitgebreidere versie van dit artikel met verwijzingen naar specifieke wetsartikelen is te vinden in het “compleet arboregelgevingboek 2013” en www.arbowetweter.nl. Hier zijn ook de beleidsregel en de betreffende wetsartikelen te vinden).