Warenwetbesluit drukapparatuur 2016 bevat nieuwe regels voor de keuring van drukapparatuur

PrintPrint

Het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016 stroomlijnt de voorschriften voor conformiteitsbeoordelingen en conformiteitsbeoordelingsinstanties met het Nieuwe WetgevingsKader (NWK) op productgebied. De inhoudelijke eisen aan drukapparatuur wijzigen niet.

Juridische achtergrond
Met het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016 wordt de Richtlijn 2014/68/EU betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van drukapparatuur geïmplementeerd. Richtlijn 2014/68/EU is in overeenstemming gebracht met Besluit Nr. 768/2008/EG betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten en tot intrekking van Besluit 93/465/EEG van de Raad (PbEU 2008, L 218). Dit betekent het stroomlijnen van de procedures in de richtlijn. Met deze wijziging is geen sprake van nieuw beleid. Het beleid voor Europese productregelgeving is al in 2008 vastgelegd in het Nieuw wetgevingskader (NWK). Dit kader omvat onder meer:

  • Verordening (EG) Nr. 765/2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93; en
  • Besluit Nr. 768/2008/EG betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten en tot intrekking van Besluit 93/465/EEG.

De opname van de definitie van fabrikant is een inhoudelijke verduidelijking met als gevolg dat het in Nederland gebruikte ‘druksysteem’ vervalt.

Met de Wet aanwijzing nationale accreditatie-instantie van 10 november 2009 (Stb. 2009, 455) is uitvoering gegeven aan Verordening 765/2008 en is de positie en de werkzaamheden van de Nationale accreditatie-instantie, voor Nederland de Raad voor Accreditatie (RvA), vastgelegd.  

Het Nieuwe WetgevingsKader
De stroomlijning van het NWK omvat horizontale definities, stelt gelijke verplichtingen aan marktdeelnemers (fabrikanten, gemachtigden, importeurs en distributeurs) en eisen voor traceerbaarheid, harmoniseert conformiteitbeoordelingsprocedures, scherpt de criteria voor aangemelde (voortaan EU-)conformiteitsbeoordelingsinstanties aan, geeft eisen voor de aanmeldingsprocedure, stelt eisen aan de aanmeldende autoriteiten en geeft eenduidige regels voor de toepassing van de vrijwaringsprocedure. Aan specifieke inhoudelijke producteisen wordt niets gewijzigd.

Er is bewust gekozen voor de toevoeging van ‘EU-‘ aan de begrippen conformiteitsbeoordelingsinstantie en keuringsdienst van gebruikers, waarmee het begrip in de richtlijn wordt genuanceerd. In het Warenwetbesluit liften 2016 en het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016 zijn er nationale tegenhangers, de zogenoemde NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringdienst van gebruikers, toegevoegd. Deze conformiteitsbeoordelingsinstanties zijn niet verplicht op grond van Richtlijn 2014/33/EU betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake liften en veiligheidscomponenten voor liften respectievelijk Richtlijn 2014/68/EU betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van drukapparatuur, waardoor niet in deze terminologieproblematiek is voorzien. Omwille van duidelijkheid en eenheid in de diverse SZW-Warenwetbesluiten wordt in alle Warenwetbesluiten gesproken van EU-conformiteitsbeoordelingsinstanties en NL-conformiteitsbeoordelingsinstanties.

In dit besluit wordt omwille van duidelijkheid en eenvoud tevens gesproken van een EU-keuringsdienst van gebruikers en een NL-keuringsdienst van gebruikers.

Het onderhavige besluit wijzigt de systematiek voor een aanwijzing en, indien toepasselijk, de aanmelding in het New Approach Notified and Designated Organisations Information System (verder te noemen: Nando), het Europees registratiesysteem voor EU-conformiteitsbeoordelingsinstanties, EU-keuringsdiensten van gebruikers en erkende onafhankelijke instellingen.

Procedures voor aanwijzing en aanmelding
De richtlijn laat de lidstaten de ruimte voor een accreditatiesysteem dan wel een ander gelijkwaardig beoordelingssysteem. De keuze ter zake is aan de lidstaten. De richtlijn geeft daarbij aan de voorkeur te hebben voor accreditatie als het geschiktste middel waarmee de technische bekwaamheid van conformiteitsbeoordelingsinstanties kan worden aangetoond. Nederland sluit zich aan bij die voorkeur. Daaraan liggen de volgende overwegingen ten grondslag:

  • De randvoorwaarden die Nando stelt, zijn van dien aard dat een niet geaccrediteerde EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie, EU-keuringsdienst van gebruikers of een erkende onafhankelijke instelling economisch nadeel ondervindt omdat zij aanvullende documenten beschikbaar moet stellen aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (verder te noemen: Minister van SZW) en rekening moet houden met een langere wachttijd (twee maanden in plaats van twee weken na aanmelding) voordat zij met de werkzaamheden mag aanvangen. De wachttijd is de periode die lidstaten en de Europese Commissie hebben om gemotiveerd hun oordeel kenbaar te maken over de aanmelding van een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie, een EU-keuringsdienst van gebruikers of een erkende onafhankelijke instelling.
  • Op grond van Verordening 765/2008 is het de nationale accreditatie-instantie (voor Nederland de RvA) alleen toegestaan te accrediteren tegen de geharmoniseerde accreditatienormen die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie. Met andere woorden: het stelsel van beoordelen zoals dat was geregeld bij en krachtens het Warenwetbesluit drukapparatuur waarbij de RvA een beoordeling uitvoert anders dan een accreditatie, is niet langer toegestaan en wordt beëindigd. De RvA is bovendien bij uitstek geschikt deze taak te verrichten.
  • Het toezicht op de RvA als nationale accreditatie-instantie is geregeld via collegiale toetsing onder leiding van de European co-operation for Accreditation (verder te noemen: EA). De EA wordt op haar beurt weer collegiaal getoetst onder leiding van het International Accreditation Forum en de International Laboratory Accreditation Cooperation.

Een aanmelding van een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie, EU-keuringsdienst van gebruikers en erkende onafhankelijke instelling door de Minister van SZW wordt altijd vooraf gegaan door een aanwijzing op grond van artikel 7a van de Warenwet, eveneens door de Minister van SZW. In de praktijk zijn deze taken gemandateerd aan de Inspectie SZW.

De aanwijzing wordt openbaar gemaakt in de Staatscourant. De aanmelding wordt openbaar gemaakt in Nando.

Een conformiteitsbeoordelingsinstantie die in aanmerking wenst te komen voor een aanwijzing (NL) en, indien toepasselijk, ook een aanmelding (EU) moet een accreditatie van de RvA overleggen. De RvA accrediteert tegen een geharmoniseerde accreditatienorm die is gepubliceerd in het Official Journal van de Europese Unie. Om te bepalen welke accreditatienorm toepasselijk is, dient de Blue Guide als uitgangspunt. De RvA geeft aan voor welke delen van dit besluit en de richtlijn de accreditatie geldig is.

Met de verplichting tot accreditatie wordt aangesloten bij het Europees stelsel en vervalt de SZW-beoordeling. Daardoor vervalt ook het schema voor aanwijzing en toezicht op de instellingen voor conformiteitsbeoordelingsprocedures voor de richtlijn 97/23/EG- Drukapparatuur, zoals opgenomen in de bijlage bij de Warenwetregeling drukapparatuur.

Conformiteitsbeoordelingsinstantie nu zelf verantwoordelijk voor het keuringsschema
Wat betreft de NL-conformiteitsbeoordelingsinstanties en NL-keuringsdiensten voor gebruikers geldt dat deze instanties alsdan zelf verantwoordelijk zijn voor het opstellen van één gezamenlijk schema. Mocht een dergelijk schema niet zijn gerealiseerd bij de inwerkingtreding van dit besluit, dan moeten de instellingen – willen zij aangewezen kunnen worden – het schema, zoals dat was opgenomen in de bijlage bij de regeling drukapparatuur, blijven hanteren (stand van de wetenschap). Dit is in praktische zin op te lossen als de schemabeheerder de SZW schema’s overneemt, bevriest en publiekelijk en kosteloos toegankelijk maakt op het moment dat dit besluit in werking treedt. De RvA zal daar op toetsen. Verder wordt per 19 juli 2016 het schema voor aanwijzing en toezicht op de instellingen ten behoeve van keuringen van drukapparatuur in de gebruiksfase, zoals opgenomen in de bijlage bij de uitvoeringsregeling Besluit drukapparatuur, ingetrokken. Voorzien is in een overgangsbepaling ter zake (zie artikel 40, derde lid).

Overgangsregeling aanwijzing en aanmelding
Een aangewezen NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers is als regel al aangewezen op grond van de SZW-beoordeling die de RvA heeft uitgevoerd eind 2013, begin 2014. Deze beoordeling is in beginsel vier jaren geldig, dus tot eind 2017, begin 2018, afhankelijk van het moment waarop de RvA de resultaten van de SZW-beoordeling heeft vastgesteld en als advies aan de Minister van SZW heeft toegezonden. De eindverantwoordelijkheid voor aanwijzing en aanmelding ligt nog steeds bij de Minister van SZW. De NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers hebben de volgende mogelijkheden:

  1. Een al aangewezen NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers kunnen hun aanwijzing continueren tot het moment dat de SZW-beoordeling vervalt. In een dergelijk geval zal de periodieke check door de RvA zich moeten baseren op de toetspunten die zijn getoetst bij de initiële SZW-beoordeling. Dat is geregeld via het overgangsregime in artikel 40 van het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016.
  2. Een al aangewezen NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers kunnen ook gebruik maken van de mogelijkheid om de aanwijzing om te zetten naar een aanwijzing onder accreditatie. Daarbij moet er een schema door een schemabeheerder zijn opgesteld. Mocht een dergelijk schema niet zijn gerealiseerd bij de inwerkingtreding van het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016, dan moet de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers – wil deze kunnen worden aangewezen – het schema zoals dat was opgenomen in de bijlage bij de Uitvoeringsregeling Besluit drukapparatuur op de dag voor de datum van inwerkingtreding van het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016, blijven hanteren (stand van de wetenschap).
  3. Een nieuwe NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers die wenst te worden aangewezen als NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringdienst van gebruikers in het kader van het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016, moet altijd de weg volgen die onder (b) is geschetst.

Het is dus aan de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers om aan te geven wat deze op welk moment wenst: continuering van de SZW-beoordeling, optie (a), of overgaan naar accreditatie, optie (b).

Alle aangewezen NL-conformiteitsbeoordelingsinstanties en NL-keuringsdiensten van gebruikers voor het werkveld drukapparatuur zijn nog geaccrediteerd tegen de schema’s die tot voor kort waren opgenomen als bijlage bij de Warenwetregeling drukapparatuur. De NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers kan dus kiezen tussen optie (a) of optie (b). Het initiatief ligt bij de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie om een aanvraag in te dienen bij de RvA om de SZW-beoordeling te beëindigen en deze te vervangen door accreditatie. Met de accreditatieverklaring van de RvA kan de geaccrediteerde NL-conformiteitsbeoordelingsinstanties of NL-keuringsdienst van gebruikers zich dan vervoegen bij de Inspectie SZW met het verzoek om de aanwijzing als NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers te realiseren op grond van de accreditatie.

Aanpassing hoogte bestuurlijke boeten
De totstandkoming van dit nieuwe besluit betekent tevens dat de bij het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten behorende lijst van overtredingen moet worden aangepast. De boetebedragen wijzigen niet. Dat zal pas gebeuren na invoering van een integrale herziening van dat besluit. Wat betreft de fase van het in de handel brengen en het op de markt aanbieden wordt dan gekomen tot een bestuurlijke boete in de vorm van een percentage van de omzet van de drukapparatuur ten aanzien waarvan de overtreding is begaan. Wat betreft de gebruiksfase zal het huidige systeem van twee boetebedragen afhankelijk van het aantal bij het bedrijf werkzame werknemers als zodanig worden gehandhaafd.