Aansprakelijkheid werkgever voor dronken werknemer na vrij-mi-bo

Public

Bij veel werkgevers is de vrijdagmiddagborrel (‘vrij-mi-bo’) een ingeburgerd fenomeen, evenals de zomer-, kerst- en Nieuwjaarsborrel. Ben je als werkgever verantwoordelijk als medewerkers met een slok(je) op een ongeluk veroorzaken?


Op grond van de wet moet, om tot aansprakelijkheid te kunnen komen, een werknemer schade toebrengen aan derden tijdens de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst: er moet een verband bestaan tussen de schade en het werk dat de werknemer is opgedragen én de werkgever moet zeggenschap gehad hebben over hoe de werknemer het werk kon uitvoeren (kon de werkgever instructies geven?).

Auto-ongeluk

In het geval waarin een werknemer zich dronken na een borrel (in de auto) naar huis begeeft en een ongeluk veroorzaakt is hij zijn arbeidsovereenkomst niet (meer) aan het uitvoeren. Een werkgever zal daarom in beginsel niet aansprakelijk zijn voor een auto-ongeluk dat de dronken werknemer veroorzaakt.

Uit de hand gelopen barbecue

Aan de andere kant is het ook weer niet onmogelijk dat een werkgever ook buiten werktijd schade moet vergoeden. In 2007 heeft de Hoge Raad in een belangrijk arrest de vraag beantwoord tot hoever de verantwoordelijkheid van de werkgever zich strekt (HR 09-11-2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7557).

De casus was de volgende. Een hoveniersbedrijf organiseert op een zaterdagavond een bedrijfsfeest bij een partycentrum. Hierbij werd behoorlijk wat gedronken.
Twee medewerkers van het hoveniersbedrijf werden opgejut om lampenolie op de barbecue te gooien. Er ontstaat een grote steekvlam waardoor bijna het gehele partycentrum afbrandt. De schade groot en beslaat in totaal meer dan twee miljoen euro.
Het feestvierende hoveniersbedrijf werd door het partycentrum aansprakelijk gesteld voor de schade veroorzaakt door de twee dronken werknemers.

Verweer werkgever

Het hoveniersbedrijf voert als verweer onder andere aan dat de schade is veroorzaakt buiten werktijd en op een andere plaats dan waar de werknemers normaal gesproken hun werkzaamheden verrichten, dat er ook geen bedrijfsmiddelen gebruikt zijn - bijvoorbeeld gereedschap dat de werkgever aan de werknemers ter beschikking had gesteld - en dat er (mede daarom) geen verband is met de bedrijfsvoering van de werkgever.

De Hoge Raad verwerpt het verweer van het hoveniersbedrijf. De Hoge Raad overweegt dat het feest door de werkgever was georganiseerd, de reservering op naam van de werkgever stond en de werkgever ook de rekening betaalde, terwijl de werknemers enkel aanwezig waren omdat zij werknemers waren van het bedrijf. Bovendien traden de werknemers als ‘een zekere eenheid’ naar buiten (zij behoorden immers allemaal tot het hoveniersbedrijf) en mochten zij ook zo beschouwd worden, aldus de Hoge Raad.

Leidinggevende aanwezig

De Hoge Raad vindt verder een belangrijke omstandigheid dat er een leidinggevende aanwezig was en dat deze niet heeft verhinderd dat de olie op de barbecue gegooid werd. Sterker nog: de leidinggevende was zèlf een van de personen die de werknemers aan het opjutten was.

Conclusie

De werkgever van werknemer die na de vrijdagmiddagborrel dronken in de auto stapt en een ongeluk veroorzaakt zal niet snel aansprakelijk zijn voor dit ongeval: het verband met het werk is in dat geval te ver verwijderd.

Onder omstandigheden (bijvoorbeeld een uit de hand gelopen personeelsfeest/ borrel) kan een werkgever echter wel degelijk aansprakelijk zijn voor het gedrag van zijn werknemers. Van belang is daarbij o.a. of het gaat om een door de werkgever georganiseerde activiteit, of de werknemers te herkennen zijn als werknemers van het bedrijf én of de werkgever iets had kunnen (en moeten) doen om zijn werknemers in toom te houden.