Gehoorschade door lawaai op het werk

Public

Een deel van de werknemers werkt regelmatig in een lawaaierige omgeving. Uit onderzoek is gebleken dat in 2016 1353 meldingen zijn gedaan van gehoorschade bij het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten. De meldingen zijn afkomstig van de bouw-, transport- en de industriesector. Ook in (onder andere) de horeca en zwembaden en bij de politie hebben werknemers regelmatig te maken met een schadelijk geluidsniveau. Wat zegt de wet over blootstelling aan schadelijk geluid tijdens het werk?

De grenswaarden

In het Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit) zijn grenswaarden opgenomen voor schadelijk geluid. Het hangt van het geluidsniveau en de duur van de blootstelling af wanneer gehoorbeschadiging ontstaat. Het risico op gehoorschade bestaat al wanneer het geluidsniveau boven 80 decibel (dB) komt. Als het dagelijkse geluidsniveau (bij een werkdag van 8 uur) boven deze norm komt, moet de werkgever op grond van het Arbobesluit dus actie ondernemen. Allereerst moet hij passende individuele gehoorbeschermers ter beschikking stellen aan de werknemers. Ook moeten werknemers dan voorlichting krijgen over onder meer de risico’s van blootstelling aan lawaai, de genomen maatregelen, het juiste gebruik van de gehoorbeschermers, hoe signalen van gehoorbeschadiging zijn op te sporen en kunnen worden gemeld en wat veilige werkmethoden zijn om blootstelling aan lawaai tot een minimum te beperken. 

Gehoorbeschermers

Als de dagelijkse blootstelling aan geluid 85 dB of hoger is, zijn werknemers verplicht gehoorbeschermers te dragen. Werkplekken waar de dagelijkse blootstelling aan geluid boven de 85 dB komt, moeten duidelijk herkenbaar worden gemaakt, bijvoorbeeld met waarschuwingsborden. De toegang ertoe moet worden beperkt als dat mogelijk is. 

De dagelijkse blootstelling aan geluid mag, rekening houdend met de dempende werking van de gehoorbeschermers, nooit hoger zijn dan 87 dB. De werkgever moet er dan direct voor zorgen dat het geluidsniveau onder de 87 dB wordt gebracht.

Deze dagelijkse grenswaarden zijn gebaseerd op een werkdag van 8 uur. Als de dagelijkse blootstelling per werkdag aanmerkelijk verschilt, dan mag de wekelijkse blootstelling, rekening houdend met de dempende werking van gehoorbeschermers, niet meer dan 87 dB zijn. 

Overige verplichtingen

Werkgevers moeten altijd technische of organisatorische maatregelen nemen om risico’s van blootstelling aan lawaai weg te nemen of beperken. Daarbij wordt rekening gehouden met de technische vooruitgang en de beschikbaarheid van maatregelen. Het is verplicht om in de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) van het bedrijf een overzicht op te nemen van de (gezondheids)risico’s voor werknemers, dus ook de risico’s van blootstelling aan lawaai en welke maatregelen worden genomen om dit te beperken. Wanneer blijkt dat een risico bestaat op gehoorschade, hebben werknemers er recht op om een keer in de vier jaar een gehoortest te ondergaan. Als tijdens die test blijkt dat de werknemer door het werk gehoorschade heeft opgelopen, moet op de werkplek opnieuw een geluidsmeting worden uitgevoerd en de maatregelen herzien. 

Het is van belang dat zowel werkgevers als werknemers maatregelen nemen om gehoorschade te voorkomen. De Inspectie SZW raadt onder meer aan: het dragen van goede gehoorbescherming, het aanschaffen van geluidarme bouwmachines, omkasten van geluidsbronnen of het markeren van werkplekken waar hoge lawaainiveaus zijn.

Boetes en uitspraken

Als de verplichtingen uit de Arbowetgeving niet worden nageleefd, kan de Inspectie SZW boetes opleggen. Ook voldoet de werkgever dan niet aan zijn (civielrechtelijke) zorgplicht jegens de werknemer. Als daardoor gehoorbeschadiging ontstaat, kan de werkgever dus met succes aansprakelijk worden gesteld. Zo oordeelde het gerechtshof Arnhem in 2009 bijvoorbeeld dat de Stichting Gelders Orkest aansprakelijk was voor de schade van een cellist die tijdens zijn werk gehoorschade had opgelopen. Het Gelders Orkest had onvoldoende voldaan aan haar zorgplicht: de geplaatste plexiglasschermen boden onvoldoende bescherming, er werd niet op toegezien dat de ter beschikking gestelde oordoppen daadwerkelijk werden gebruikt en zij schoot tekort in het verrichten van geluidsmetingen.

In 2016 oordeelde de rechtbank Den Haag dat een bakkerij aansprakelijk was jegens een van haar medewerkers die schade opliep door frequente blootstellingen aan schadelijk geluid van snij-, zuig- en inpakmachines, een lopende band, een vriestoren en een regelmatig afgaand alarm. Vast stond dat de grenswaarde van 80 dB al jaren werd overschreden en dat pas veel later gehoorbescherming werd aangeboden aan werknemers. Daarmee is de werkgever tekortgeschoten in zijn zorgplicht.