Multicausaliteit en arbeidsomstandigheden

Public

OPS, RSI, een burn-out. Allemaal (psychische) ziektes waarmee werknemers mee te maken kunnen krijgen. Maar waarom werknemers? Iedereen kan in theorie (dus ook niet-werknemers) genoemde ziektes krijgen. Deze ziektes hebben gemeen dat hun oorzaak veelal in de werksfeer ligt. Zo ontstaat OPS, ook wel 'schildersziekte' genoemd, door blootstelling aan oplosmiddelen. RSI en de burn-out kunnen ontstaan door overbelasting. De vraag is wat de werknemer met dit gegeven kan. Is het immers niet zo dat de werkgever zorg moet dragen voor een veilige werkomgeving? 

De korte versie: dat klopt. Doet de werkgever dat niet, dan loopt hij het risico aansprakelijk te zijn. Een simpel voorbeeld: de werknemer verliest tijdens gevaarlijk werk een been, de werkgever kán aansprakelijk zijn. Bij dergelijke arbeidsongevallen is gemakkelijk vast te stellen (i) dat de werknemer schade ondervindt en (ii) dat die schade is ontstaan tijdens het werk. Bij beroepsziekten (zoals bijvoorbeeld OPS) is dit heel anders. De oorzaak kan zowel op werk liggen, als daarbuiten. Net als de burn-out: op werk kan stress bestaan, maar evengoed aan het thuisfront. Het fenomeen dat ziekten verschillende oorzaken kunnen hebben, noemt men multicausaliteit.  

Het is aan de werknemer te bewijzen dat de ziekte door de werkomstandigheden is ontstaan. Slaagt hij daar in, dan kan hij in aanmerking komen voor schadevergoeding. Bij beroepsziekten is dit echter soms ondoenlijk. Daarom heeft de werknemer een bewijsrechtelijke troefkaart gekregen. Men noemt dit de arbeidsrechtelijke omkeringsregel. 

De omkeringsregel 

Deze arbeidsrechtelijke omkeringsregel is ontwikkeld in de rechtspraak. Zij komt erop neer dat het oorzakelijk verband tussen de ziekte en het werk wordt aangenomen (‘vermoed aanwezig te zijn’), indien de werknemer de ziekte heeft én is blootgesteld aan gevaarlijke omstandigheden. Dit is natuurlijk gunstig voor de werknemer, die de kans op een schadevergoeding ziet toenemen. 

De Hoge Raad heeft in verschillende uitspraken uiteengezet wannéér die arbeidsrechtelijke omkeringsregel moet worden toegepast. Vereist is dat de werknemer: 

  1. stelt en zonodig bewijst dat hij zijn werkzaamheden heeft moeten verrichten onder omstandigheden die schadelijk zijn voor zijn gezondheid; en
  2. stelt en zo nodig aannemelijk maakt dat hij lijdt aan gezondheidsklachten die daardoor kunnen zijn veroorzaakt (HR 7 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1717, r.o. 4.2.2 (https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2013:BZ1717).

Alsof dit nog niet genoeg is, geldt daarbij dat over het verband tussen de ziekte en de arbeidsomstandigheden (de b-voorwaarde) een bepaalde mate van zekerheid moet bestaan. En daar komt multicausaliteit om de hoek kijken. Hoe kan een rokende werknemer aantonen dat de longkanker op werk is ontstaan? Je raadt het al: de werknemerj is niet in staat om de bepaalde mate van zekerheid dat de longkanker tijdens het werk is ontstaan te bewijzen. 

Het verhaal van de meubelstoffeerder

In een rechtszaak die zich bij de rechtbank te Gelderland voordeed, speelde het volgende. De werknemer was in dienst bij meubelstofferingsbedrijf CMT. Om de meubels van stof te voorzien, diende hij gebruik te maken van een tracker (een geavanceerd nietpistool). Het ging om repeterend werk, er werd boven schouderhoogte gewerkt, van de tracker werd veelal langer dan twee uur achter elkaar gebruik gemaakt en de productienorm was hoog. En nog belangrijk: bij het overhalen van de trekker (van de tracker) was sprake van een flinke terugslag. De werknemer ontwikkelde schouder- en nekklachten. Hij stelde CMT – als werkgever – aansprakelijk en vroeg de rechtbank om ten gunste van hem gebruik te maken van de arbeidsrechtelijke omkeringsregel (zie hierboven). 

In rechte kwam vast te staan dat de werknemer diabetes type I had. Uit onderzoek blijkt dat deze vorm van suikerziekte kan leiden tot allerlei klachten met betrekking tot het bewegingsapparaat, waaronder schouderklachten. De werknemer was in het verleden ook daadwerkelijk gediagnosticeerd met een frozen schoulder (een stijve schouder), volgens deskundigen het gevolg van diabetes. En daarbij kwam nog eens dat de werknemer zich buiten werktijd bezig hield met allerlei schouder belastende activiteiten (het spelen van gitaar en mondharmonica, schieten met een geweer etcetera). 

De rechtbank oordeelde met dit in het achterhoofd als volgt: ‘’In het licht van het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat het verband tussen de gezondheidsklachten van [eisende partij] met betrekking tot zijn rechterschouder en nek enerzijds en de arbeidsomstandigheden anderzijds te onbepaald en te onzeker is.’’ (Rb. Gelderland 5 juni 2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:2442)

De arbeidsrechtelijke omkeringsregel werd van tafel geveegd. Het gevolg: de werknemer droeg de volledige bewijslast voor de stelling dat de klachten dóór het werk waren ontstaan. En hij faalde in die bewijslevering. Kortom: géén aansprakelijkheid van CMT en dus géén schadevergoeding voor de werknemer. 

Conclusie

Deze uitspraak is kenmerkend voor de (bewijs)problemen waar werknemers met een multicausaal ziektebeeld tegenaan lopen. De werkgever hoeft niet op te draaien voor klachten die níét op werk zijn ontstaan, terwijl de werknemer geen vergoeding krijgt voor klachten waarvan een oorzakelijk verband met werk buiten kijf lijkt te staan. Uiteraard is een en ander afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Het lijkt er in ieder geval op dat werkgevers niet snel hoeven te vrezen als een werknemer met een multicausaal ziektebeeld aanklopt. De vraag is dan immers altijd of de werknemer aannemelijk kan maken dat de klachten dóór het werk zijn ontstaan. Kan de werkgever gemakkelijk aantonen dat de klachten ook buiten werk (kunnen) zijn ontstaan, dan ligt de bal weer bij de werknemer.