Inrichting van de werkplek: welke normen zijn er?
In het Arbobesluit is bepaald dat de werknemer zonder gevaar voor de veiligheid of de gezondheid zijn werk moet kunnen doen en dat hij daarbij voldoende bewegingsvrijheid moet hebben. Daarvoor zijn in het Arbobesluit en in diverse NEN-normen specifieke vereisten neergelegd. De werkgever moet de hiernavolgende hoofdregels volgen bij de inrichting van de werkplek.
Kantoorwerkplek
De volgende minimale afmetingen voor de kantoorwerkplek zijn voorgeschreven:
- 4 m² basiswerkplek per werknemer;
- 1 m² voor een plat beeldscherm;
- 1 m² voor lees-schrijfwerk;
- 1 m² voor een ladekast;
- 2 m² voor het uitleggen van tekeningen;
- 2 m² per persoon voor een vergaderruimte.
Ook zijn er NEN-normen voor onder meer beeldschermen, bureaustoelen en werktafels. Zo is bijvoorbeeld voorgeschreven dat de bureaustoel met een gasveer in hoogte verstelbaar moet zijn en een verstelbare rugleuning, zitting en armleuningen moet hebben. Het beeldscherm moet op ooghoogte staan, makkelijk instelbaar, kantelbaar en in hoogte instelbaar zijn en er mag geen hinderlijke spiegeling op het beeldscherm zijn. Het toetsenbord mag geen geheel vormen met het beeldscherm (zoals bij een laptop), en moet hellend kunnen worden geplaatst. Een werkblad dat in hoogte verstelbaar is heeft de voorkeur en de tafel moet op of vlak onder de ellebogen worden geplaatst.
Licht
Werkplekken moeten zodanig verlicht zijn dat het aanwezige licht geen risico vormt voor de veiligheid en gezondheid van de werknemers. Er moet voldoende daglicht binnenkomen; de norm voor voldoende daglichtoppervlakte is 1/20 van het vloeroppervlak van een werkruimte. Verder moet er voldoende kunstverlichting zijn en moet er zonwering zijn om (hinderlijk) lichtinval tegen te gaan.
Elektriciteit
In een kantoorruimte is vaak veel elektronische apparatuur aanwezig. Voor veilig gebruik daarvan moet de werkgever de nodige voorzieningen en beschermingsmaatregelen nemen, maatregelen nemen tegen brandgevaar, ontploffing, directe en indirecte aanraking en te dichte nadering en moeten er duidelijke instructies zijn voor een veilig gebruik van de apparatuur.
Temperatuur
De temperatuur op de werkplek mag geen schade toebrengen aan de gezondheid van de werknemers. Als door de temperatuur op de werkplek of door ongunstige weersomstandigheden toch schade aan de gezondheid van de werknemers kan ontstaan, moeten persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking worden gesteld. Als daarmee de schade aan de gezondheid van de werknemer niet kan worden tegengegaan, moet de duur van de werkzaamheden worden verkort of het werk worden afgewisseld met werk op een plek waar wel een juiste temperatuur is.
Er is in totaal een groot aantal richtlijnen waarmee de werkgever (of de preventiemedewerker) rekening moet houden. Als de werkplek niet voldoet aan de regels in het Arbobesluit, kan een boete worden opgelegd door de Nederlandse Arbeidsinspectie. Het is daarom belangrijk de werkplekinrichting aan de orde te laten komen in de Risico-Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) en daarin vast te stellen hoe risico’s voor de veiligheid en gezondheid van werknemers zoveel mogelijk kunnen worden beperkt.


