Recht op onbereikbaarheid

Public

In het digitale tijdperk is het normaal dat werknemers buiten werktijd WhatsAppen of e-mailen met collega’s of klanten via de smartphone, laptop of tablet. Sterker nog, dit wordt soms van werknemers verwacht. Het door elkaar lopen van werk en privé kan echter veel stress opleveren voor werknemers, omdat het rustproces wordt verstoord. Hebben werknemers het recht om buiten werktijd onbereikbaar te zijn?

Wet op het recht op onbereikbaarheid

Op dit moment is het recht op onbereikbaarheid nog niet in de wet geregeld. Daar komt mogelijk verandering in: in februari 2019 diende Tweede Kamerlid Gijs van Dijk (PvdA) het initiatiefwetvoorstel ‘Wet op het recht op onbereikbaarheid’ in. De gedachte hierachter is dat iedereen ongestoorde vrije tijd moet hebben. De huidige wetgeving is door de opkomst van mobiele apparaten niet meer van deze tijd. Daarnaast is de bedoeling dat werkgevers en werknemers met elkaar in gesprek gaan over de bereikbaarheid van werknemers buiten werktijd, om te voorkomen dat werknemers, met name jongeren, stressklachten of een burn-out krijgen. 

Huidige wetgeving

In de Arbeidstijdenwet zijn regels opgenomen over de arbeids- en rusttijden. Zo is bepaald dat een werknemer van 18 jaar of ouder maximaal 12 uur per dienst, en maximaal 60 uur per week mag werken. Over een langere periode ligt dit maximaal aantal uren lager. In deze wet is ook bepaald dat de werknemer van 18 jaar of ouder na een werkdag een rusttijd van 11 uur (aaneengesloten) moet hebben. Alleen als de aard van het werk of de bedrijfsomstandigheden dit vereisen, mag deze rusttijd één keer in de zeven dagen ingekort worden tot acht uur. Bij een werkweek van vijf dagen mag hij 36 uur aaneengesloten niet werken. Als in de 11 uur rusttijd alsnog werkgerelateerde berichten worden verstuurd, is dit echter geen zuivere rusttijd. In de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) is momenteel ook al geregeld dat werkgevers veiligheids- en gezondheidsrisico’s voor werknemers, waaronder psychosociale arbeidsbelasting, in kaart moeten brengen en beperken.

Voorgestelde maatregelen

Volgens het voorstel is het de bedoeling dat werkgevers zelf duidelijke afspraken maken met werknemers over de rusttijd en het recht om buiten werktijd (on)bereikbaar te zijn. Werkgevers worden verplicht om in hun arbobeleid en de RI&E de risico’s van continu bereikbaar te zijn in kaart brengen en daarbij ook maatregelen nemen om de nadelige gevolgen van altijd bereikbaar zijn te voorkomen. Afspraken over tijden waarop werknemers onbereikbaar zijn en bijvoorbeeld het daadwerkelijk uitzetten van de e-mailserver buiten werktijd behoren tot de mogelijkheden. Als hierover geen arbobeleid wordt gevoerd of hierover niets in de RI&E beleid wordt vastgelegd, kan de Inspectie SZW een waarschuwing, daarna een ‘eis tot naleving’ opleggen en eventueel een bestuurlijke boete opleggen.

Hoe verder?

De consultatiefase van het wetsvoorstel is gesloten. De huidige stand van zaken is onduidelijk; de wet is nog niet in behandeling genomen. De wet zou per 1 januari 2021 in werking moeten treden en binnen een jaar na de inwerkingtreding moet aan de bepalingen in de wet worden voldaan. Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de wet is het recht op onbereikbaarheid al in de cao gehandicaptenzorg opgenomen. Ook werkgevers die dit probleem binnen hun bedrijf signaleren doen er goed aan dit alvast in kaart te brengen, bespreekbaar te maken en mogelijk alvast een beleid te voeren met betrekking tot (on)bereikbaarheid van werknemers buiten werktijd.