Thuiswerken en de RI&E ​​​​​​​

Public

Eén van de middelen om de veiligheid van werknemers te waarborgen is de risico-inventarisatie en -evaluatie (de RI&E). Maar hoe zit dit nu met werknemers die vanuit huis werken?

Met de RI&E worden de arbeidsrisico’s die verbonden zijn aan het werk in kaart gebracht, zodat de werkgever preventief actie kan ondernemen om dergelijke risico’s te verkleinen of weg te nemen. De regels met betrekking tot de RI&E staan vermeld in artikel 5 van de Arbeidsomstandighedenwet. Hierin moet in ieder geval terugkomen – kort gezegd – (i) welke risico’s de arbeid met zich brengt en (ii) een plan van aanpak bevattende de genomen maatregelen ter voorkoming/beperking van de risico’s. Belangrijk is ook dat de RI&E moet worden aangepast als de werkomstandigheden dusdanig veranderen. 

Flexibel werken

De Arbowet zegt niks over thuiswerkers (of telewerkers). Het Arbobesluit daarentegen geeft een omschrijving van plaatsonafhankelijk werken (artikel 1.43 lid 1 en 2). Het gaat om een werknemer – maar ook stagiair(e) of uitzendkracht – die arbeid verricht in een woning of andere plaats die niet de arbeidsplaats van de werkgever is. De werknemer kan dit natuurlijk niet op eigen houtje beslissen. De werkgever zal toestemming moeten geven. Dit kan bijvoorbeeld in de arbeidsovereenkomst zelf (denk aan een thuiswerkregeling), maar ook op een later moment. Let wel: een dergelijke regeling kan een arbeidsvoorwaarde worden, waarna het lastig is de regeling te veranderen of ongedaan te maken. Zie voor een voorbeeld op uitspraak.rechtspraak.nl. Af en toe de laptop erbij pakken om nog wat werk te verrichten valt buiten de definitie. Dit geldt ook voor bouwwerkzaamheden (aan of in huis) en verplegers, verzorgers of huishoudelijk personeel. 

Her en der zijn bepalingen op thuiswerkers van toepassing verklaard. Een voorbeeld: de regels met betrekking tot beeldschermwerk of ergonomie gelden ook voor thuiswerkers (artikel 1.47 Arbobesluit). Uit dit gegeven en het feit dat artikel 5 van de Arbowet spreekt over ‘de arbeid’ (de werkgever is dus óók verantwoordelijk voor díe (thuis)werkplek), volgt dat de werkgever een RI&E moet maken voor plaatsonafhankelijk werken. Het gaat hier om een ‘light’ versie: ten aanzien van bijvoorbeeld brandgevaar geldt de arbowetgeving niet. 

Enkele aandachtspunten

Stel dat in de arbeidsovereenkomst staat opgenomen dat de werknemer elke donderdag thuis werkt. Hoe kan je dan de risico’s van het thuiswerken inschatten? Je hebt geen zicht op de woning, noch op de specifieke werkplek van de werknemer. Desondanks moet je de risico’s in de RI&E vermelden en dus moeten nagaan of de werknemer een geschikte (thuis)werkplek heeft. Hiervoor bestaat een aantal mogelijkheden. Een op de website van Rijksoverheid geplaatste handreiking noemt:

  • Je kunt de thuiswerkplek voor de werknemer inrichten;
  • Je kunt de thuiswerkplek laten checken door een deskundige (op basis van een foto);
  • Je kunt de thuiswerkplek laten checken door de werknemers zelf (op basis van een checklist).

Bij beeldschermwerk zullen de risico’s thuis niet (veel) verschillen van de risico’s op de werkplaats. Het blijft raadzaam het beestje bij de naam te noemen. Maak dus altijd melding van plaatsonafhankelijk werken in de RI&E en besteed hierbij aandacht aan de kenmerken ervan. Neem daarbij altijd de arbowetgeving in acht. 

Een groot gevaar op de loer: aansprakelijkheid

Er zijn vooralsnog weinig zaken met betrekking tot thuiswerkers. Eén uitspraak valt op, namelijk die van het Amsterdamse Gerechtshof. Het hof nam daar aan dat de zorgplicht uit artikel 7:658 BW zich ook uitstrekt tot uitoefening van de werkzaamheden buiten het bedrijfsgebouw. De werkgever had aan werkneemster toestemming gegeven om thuis te werken. Zij ontwikkelde RSI-klachten, waar zij de werkgever aansprakelijk voor achtte. Het hof ging hierin mee: ‘werkgever, je moet dokken’. Doordat er weinig uitspraken zijn, bestaat discussie of deze uitspraak als richtinggevend kan worden beschouwd. Voorkomen is echter beter dan genezen. Maak dus duidelijke afspraken met de werknemer over de thuiswerkplek en de realisatie hiervan en leg dit vast in de RI&E. 

Conclusie

Het fenomeen ‘thuiswerken’ brengt ontegenzeggelijk voordelen met zich. Het past ook in de tijdgeest waarin flexibiliteit van de werkgever wordt verwacht. Hij zal dit ‘nieuwe werken’ moeten faciliteren. Er kleeft echter ook een aantal nadelen aan, met name op het gebied van arbowetgeving en aansprakelijkheid. Duidelijk is dat de werkgever belast is met het inventariseren van arbeidsrisico’s. Deze risico’s blijven bestaan bij thuiswerken, er is slechts sprake van een verplaatsing (van het probleem?). Naar het lijkt heeft dit minimale invloed op de zorgplicht van de werkgever. Om niet in een aansprakelijkheidsdiscussie verzeild te raken, is het raadzaam in de RI&E aandacht te besteden aan de thuiswerkplek. Doe je dat niet, dan lopen ‘ineens’ twee partijen een risico: zowel de werknemer – op klachten – als de werkgever – op een schadeclaim.