Wat is goede voorlichting?

Public

Voorlichting en onderricht

De Arbowetgeving stelt regels over voorlichting en onderricht. In onderstaand overzicht staat omschreven welke wettelijke taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden de werkgever en de werknemers hebben met betrekking tot voorlichting en training.

Werkgever
De werkgever moet de werknemers doeltreffend (laten) inlichten over:
- de te verrichten werkzaamheden en de daaraan verbonden risico’s en over de maatregelen die erop gericht zijn om deze risico’s te voorkomen of te beperken.
- de organisatie van de deskundige bijstand (gecertificeerde kerndeskundigen of arbodienst).

De werkgever moet de werknemers doeltreffend (laten) informeren (formeel: onderrichten) over de arbeidsomstandigheden, waarbij het onderricht is aangepast aan de verschillende taken van de werknemers.

De werkgever moet ervoor zorgen dat werknemers op de hoogte zijn van de doelen en werking van de arbeidsmiddelen en hoe zij deze moeten gebruiken. Ook moet hij erop toezien dat instructies en veiligheidsvoorschriften worden opgevolgd en persoonlijke beschermingsmiddelen op de juiste wijze worden gebruikt (Arbowet, art. 8 lid 1, 2 en 3).

Aan de opleiding van bedrijfshulpverleners worden speciale eisen gesteld (Arbowet, art. 15, lid 3).

Aan de voorlichting van en het onderricht aan jeugdige werknemers worden speciale eisen gesteld. De werkgever moet rekening houden met hun beperkte werkervaring en hun nog onvoltooide ontwikkeling (Arbowet, art. 8, lid 5).

De inhoud van voorlichting en onderricht is preciezer omschreven bij gevaar voor blootstelling aan gevaarlijke stoffen (Arbobesluit, art. 4.10d), aan asbeststof (Arbobesluit, art. 4.45a en 4.45b), en aan biologische agentia (Arbobesluit, art. 4.102). Verder voor het handmatig hanteren van lasten (Arbobesluit, art. 5.5), voor schadelijk geluid (Arbobesluit, art. 6.11) en voor arbeidsmiddelen (Arbobesluit, art. 7.11A).

Werknemers
Werknemers moeten meewerken aan het voor hen georganiseerde onderricht (Arbowet, art. 11 lid d).